ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2107
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring van perceelsgedeelte door langdurig bezit en afbakening
In deze civiele zaak stond de verkrijgende verjaring van een perceelsgedeelte centraal. Gedaagde stelde dat hij sinds 1937 onafgebroken, openbaar en ondubbelzinnig het perceelsgedeelte in bezit had, afgebakend door diverse hekwerken. Eiser betwistte dit en vorderde onder meer schadevergoeding wegens het niet kunnen gebruiken van het perceel.
De rechtbank nam getuigenverklaringen in over de aanwezigheid van een afscheiding vanaf 1937 tot zeker 1974, bestaande uit houten palen met ijzerdraad en later coniferen. Deze verklaringen werden als voldoende specifiek en betrouwbaar beoordeeld, ondanks het ontbreken van contra-enquête door eiser. De rechtbank oordeelde dat gedaagde door verjaring eigenaar is geworden, omdat het bezit langer dan 30 jaar onafgebroken en afgebakend was.
De vorderingen van eiser werden afgewezen, waaronder de schadevergoeding, omdat procederen niet als onrechtmatig handelen werd gezien. Gedaagde werd in reconventie eigenaar verklaard van het perceelsgedeelte en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. B.C. Vink op 31 augustus 2005.
Uitkomst: Gedaagde is door verjaring eigenaar van het perceelsgedeelte geworden; vorderingen van eiser worden afgewezen.