ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2463
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot restitutie en voorschot schadevergoeding na strafrechtelijke inbeslagname geld in woning
Op 15 oktober 2004 werd in een woning waar meerdere volwassenen verbleven, waaronder eisers, door de politie een geldbedrag van € 27.100,-- in beslag genomen. Eisers stelden dat het geld hun eigendom was en vorderden restitutie en een voorschot op schadevergoeding van de Staat. De officier van justitie had het strafrechtelijk beslag opgeheven en het geld grotendeels aan de belastingdienst en gemeente overgedragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de primaire vordering tot teruggave niet bij de civiele rechter kan worden afgedwongen, maar dat een vordering tot schadevergoeding mogelijk is. Voor toewijzing van een voorschot in kort geding moet de vordering echter voldoende aannemelijk zijn en moet er sprake zijn van onverwijlde spoed. Dit was niet het geval vanwege het risico dat het geld niet aan eisers toebehoorde en het feit dat eisers deels in het buitenland wonen.
De rechter concludeerde dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun primaire vordering en wees de subsidiaire vordering af. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. P.G.J. de Heij op 8 september 2005.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun primaire vordering en hun subsidiaire vordering afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en hoog restitutierisico.