ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2502
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake opheffing conservatoir beslag en geschil over aandelen- en onroerendgoedtransacties
Eiser vordert van gedaagde medewerking aan de formalisering en effectuering van de verkoop van aandelen in Ponsen Holding B.V. en een bedrijfspand, inclusief het vestigen van pand- en hypotheekrechten. Gedaagde verzet zich hiertegen en vordert in reconventie de doorhaling van conservatoire beslagen op de aandelen en het onroerend goed, wegens een vermeende financiële noodsituatie.
De rechtbank beoordeelt het incident en constateert dat het spoedeisend belang van gedaagde bij opheffing van het beslag op de aandelen ontbreekt, omdat alleen het onroerend goed is verkocht. Het belang van eiser bij handhaving van het beslag is aanzienlijk vanwege het risico dat een toewijzend vonnis anders niet kan worden uitgevoerd. Bovendien heeft gedaagde zelf bijgedragen aan haar financiële situatie door het pand onder beslag aan een derde te verkopen.
De rechtbank verwerpt het verweer dat eiser niet-ontvankelijk is en dat de overeenkomst nietig zou zijn. Er is voorshands voldoende aannemelijk dat tussen partijen overeenstemming is bereikt over de transacties, mede ondersteund door verklaringen van getuigen. De voorlopige vordering van gedaagde wordt daarom afgewezen, met kostenreservering tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe zitting.
Uitkomst: De voorlopige voorziening van gedaagde tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen.