ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2843
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vernietiging erkenning na termijnoverschrijding
Verzoekster heeft verzocht de erkenning door verweerder, die niet haar biologische vader is, te vernietigen. Zij baseert dit op het feit dat haar biologische vader, [man], is overleden en zij haar kindsdeel uit diens nalatenschap wil opeisen. De erkenning door verweerder vond plaats na beëindiging van de relatie tussen haar moeder en [man].
De rechtbank constateert dat het verzoek is ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van drie jaar na meerderjarigheid zoals bedoeld in artikel 1:205 lid 4 BW Pro. Verzoekster heeft bovendien verklaard dat zij al van jongs af aan weet dat verweerder niet haar biologische vader is en dat zij geen vader-dochter relatie met haar biologische vader heeft gehad.
De rechtbank overweegt dat het vasthouden aan de termijn geen ongerechtvaardigde inmenging vormt in het family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede omdat er geen sprake is van een relatie tussen verzoekster en haar biologische vader. De waarborging van het rechtszekerheidsbeginsel prevaleert hier boven de biologische werkelijkheid.
Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de erkenning blijft bestaan en verzoekster geen gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar biologische vader kan verkrijgen op basis van dit verzoek.
Uitkomst: Verzoek tot vernietiging erkenning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en bescherming rechtszekerheid.