ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2897
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorwaardelijk strafontslag politiefunctionaris wegens oncollegiaal gedrag en seksuele intimidatie
Eiser, een politiefunctionaris werkzaam bij de vrijwillige politie, werd door verweerder op 18 februari 2004 voorwaardelijk ontslagen wegens ernstig oncollegiaal gedrag en seksuele intimidatie van vrouwelijke collega's. Na bezwaar en handhaving van het besluit door verweerder, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Dordrecht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van een disciplinaire straf en dat de gedragingen van eiser als plichtsverzuim konden worden aangemerkt. De gedragingen betroffen seksuele intimidatie en ongewenste omgangsvormen jegens drie vrouwelijke collega's, wat leidde tot een onveilige werksituatie.
Echter concludeerde de rechtbank dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd, in strijd met artikel 7:12 Awb Pro, omdat verweerder niet voldoende had toegelicht waarom de zware straf van voorwaardelijk ontslag passend was. Tevens was de straf onevenredig zwaar gelet op de ernst van de gedragingen en de omstandigheden, waardoor het besluit ook in strijd was met artikel 3:4 lid 2 Awb Pro.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Hiermee werd het disciplinaire besluit ingetrokken wegens gebrek aan motivering en disproportionaliteit.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontslagbesluit van de politiefunctionaris wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en disproportionaliteit.