ECLI:NL:RBDOR:2005:AU3530
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot goedkeuring onderhandse verkoop wegens te late indiening
Verzoekster, een vennootschap naar Schots recht, verzocht de voorzieningenrechter om goedkeuring van een onderhandse verkoop van een onroerende zaak te [woonplaats]. De executiewaarde was getaxeerd op €171.500, terwijl het hoogste bod €167.500 bedroeg. De openbare verkoop was vastgesteld op 6 juli 2005, maar het verzoekschrift werd pas op 15 juli 2005 ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek derhalve niet tijdig was ingediend conform artikel 548 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ondanks dat een redelijke wetstoepassing soms afwijking kan rechtvaardigen, oordeelde de rechtbank dat gezien de lagere verkoopprijs en het bestaan van meerdere bieders, er mogelijk belanghebbenden zijn die een openbare verkoop prefereren. Hierdoor kan een hogere opbrengst worden behaald dan via de onderhandse verkoop.
De rechtbank besloot daarom niet af te wijken van de wettelijke termijn en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk. Hiermee werd het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop afgewezen wegens te late indiening.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop.