ECLI:NL:RBDOR:2005:AU4660
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomst en zorgplicht bank bij risico-informatie aan consument
In deze zaak staat centraal de effectenleaseovereenkomst tussen Dexia en [X], waarbij [X] aandelen leaset met een looptijd van 36 maanden. Na afloop van de overeenkomst ontstond een restantschuld van €7.230,23 die [X] niet betaalde, waarna Dexia betaling vorderde. [X] stelde zich op het standpunt dat hij bij het aangaan van de overeenkomst had gedwaald en dat Dexia tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende te waarschuwen voor de financiële risico's.
De rechtbank stelt vast dat Dexia als professionele effecteninstelling een bijzondere zorgplicht heeft jegens particuliere cliënten, waaronder het informeren over financiële risico's en het inwinnen van gegevens over de financiële positie van de cliënt. Dexia heeft echter nagelaten om een cliëntenprofiel op te stellen en [X] adequaat te informeren over het risico van een restantschuld na afloop van de lease.
Desondanks wijst de rechtbank het beroep op dwaling af omdat [X] geen nadere vragen heeft gesteld over de bedragen in de overeenkomst, wat duidt op eigen verantwoordelijkheid. De brochure en overeenkomst bevatten waarschuwingen, maar deze waren onvoldoende duidelijk over het risico van een restantschuld. De rechtbank gelast een comparitie om nadere informatie over de persoonlijke omstandigheden van [X] te verkrijgen, die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van onrechtmatig handelen door Dexia.
De procedure wordt aangehouden voor nadere behandeling en het beproeven van een schikking. De uitspraak benadrukt de zorgplicht van banken bij complexe financiële producten en het belang van duidelijke communicatie over risico's aan consumenten.
Uitkomst: Het beroep op dwaling wordt afgewezen, maar de zorgplicht van Dexia wordt onvoldoende nageleefd en de zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling.