ECLI:NL:RBDOR:2005:AU4682
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening provisie na vaststellingsovereenkomst bij beëindiging dienstverband niet toegestaan
De zaak betreft een geschil tussen [X] en AFD over de verrekening van provisie na beëindiging van het dienstverband en de nakoming van afspraken over overname van klanten. [X] was van 1 maart 2000 tot 1 maart 2005 in dienst bij AFD als financieel adviseur en ontving naast salaris ook provisie. Over 2003 en 2004 vond geen verrekening van provisie plaats, terwijl [X] op basis van nacalculatie nog tegoed had. Partijen sloten begin 2005 een vaststellingsovereenkomst waarin het dienstverband werd beëindigd en een integrale schikking werd overeengekomen.
Na beëindiging verrekende AFD echter € 9.600 bruto aan provisie met de ontbindingsvergoeding, wat [X] betwistte. Hij vorderde betaling van dit bedrag plus wettelijke rente en nakoming van afspraken over overname van familie- en vriendenposten. AFD stelde dat verrekening was toegestaan en dat [X] wist dat provisie nog afgerekend moest worden. Ook stelde AFD dat zij bereid was tot overleg over overname, maar dat [X] onterecht dacht de posten zonder meer te kunnen meenemen.
De kantonrechter oordeelde dat verrekening van provisie niet geoorloofd was omdat dit niet in de vaststellingsovereenkomst was opgenomen. De regeling was een integrale schikking en [X] mocht erop vertrouwen dat teveel betaalde provisie niet teruggevorderd zou worden. De vordering tot betaling van € 9.600 bruto werd afgewezen, maar [X] kreeg wel wettelijke rente over dit bedrag toegewezen vanaf 16 maart 2005. De vordering tot nakoming van de afspraken over overname van klanten werd afgewezen omdat partijen slechts een intentie tot overleg hadden en [X] de onderhandelingen had gestaakt.
Uitkomst: AFD is onrechtmatig overgegaan tot verrekening van provisie en moet wettelijke rente betalen over € 9.600 bruto; nakoming overname klanten wordt afgewezen.