ECLI:NL:RBDOR:2005:AU5962
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.F.Th. Snelders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag bij bedrijfseconomische redenen
Eiser, sinds 1974 in dienst bij gedaagde, werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Hij vorderde een verklaring dat het ontslag kennelijk onredelijk was en een schadevergoeding van €249.318,-. Eiser stelde dat gedaagde de bedrijfsvoering niet had gestaakt en dat het ontslag voor hem te ernstige gevolgen had gezien zijn leeftijd en beperkte werkervaring.
Gedaagde voerde aan dat de exploitatie van de filialen grotendeels was gestaakt en dat er geen financiële ruimte was voor een ontslagvergoeding. Tevens werd gesteld dat eiser als zelfstandige kon doorgaan en gebruik kon maken van pensioenregelingen.
De kantonrechter stelde vast dat het CWI terecht toestemming had gegeven voor het ontslag op grond van bedrijfseconomische noodzaak, dat de financiële situatie van gedaagde slecht was en dat er geen sprake was van een valse reden. Hoewel de gevolgen voor eiser ernstig waren, waren deze niet onevenredig ten opzichte van het belang van gedaagde.
Daarom wees de kantonrechter de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser wegens kennelijk onredelijk ontslag worden afgewezen.