ECLI:NL:RBDOR:2005:AU6635
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen uitkering aan eerste hypotheekhouder in rangregeling niet ontvankelijk
In deze civiele zaak staat centraal of bezwaren tegen de hoogte van een uitkering aan de eerste hypotheekhouder, op grond van artikel 3:270 lid 3 BW Pro, in een daaropvolgende rangregeling kunnen worden beoordeeld. De ontvanger van de belastingdienst betwistte dat Axa Leven N.V. terecht het volledige bedrag had ontvangen, met name inzake rente en boeterente.
De feiten betreffen een hypotheekrecht gevestigd in 1991 op een woning, gevolgd door executoriale beslagen en verkoop van de woning in 2003. De notaris keerde aan Axa een bedrag uit conform de verklaring van artikel 3:270 lid 3 BW Pro. De ontvanger stelde dat Axa teveel had ontvangen en vorderde terugbetaling.
De rechtbank overweegt dat de rangregeling uitsluitend ziet op de verdeling van het resterende bedrag en niet op de toetsing van de hoogte van de uitkering aan de eerste hypotheekhouder. De wet voorziet niet in een mogelijkheid om in de rangregeling terugbetaling te vorderen van teveel uitgekeerde bedragen. De ontvanger wordt daarom in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten.
Ter voorkoming van verdere procedures verduidelijkt de rechtbank dat de hypotheekakte een beperking bevat op de renteperiode en dat de algemene hypotheekvoorwaarden die de schuld ondeelbaar verklaren, deze beperking niet opheffen. Het restantbedrag wordt volledig aan de ontvanger toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de bezwaren van de ontvanger tegen de hoogte van de uitkering aan de eerste hypotheekhouder af en bepaalt dat het resterende bedrag aan de ontvanger wordt uitgekeerd.