ECLI:NL:RBDOR:2005:AU6847
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering woonwagenbewoners inzake standplaatsen Quickterrein Dordrecht
De woonwagenbewoners van het kamp aan de Wieldrechtse Zeedijk vorderden in kort geding dat de gemeente Dordrecht zou worden verboden om standplaatsen op het Quickterrein aan derden toe te wijzen voordat overeenstemming met hen was bereikt. Tevens eisten zij nakoming van toezeggingen dat minimaal 20 standplaatsen en 10 woonwagenwoningen op het Quickterrein gerealiseerd zouden worden, waaronder dat 50% van de kinderen van hoofdbewoners een eigen standplaats zou krijgen.
De gemeente had het woonwagenkamp aan de Wieldrechtse Zeedijk opgeheven en kleinere locaties aangewezen, waaronder het Quickterrein. Uit het raadsbesluit van 1999 bleek dat maximaal 20 standplaatsen en 10 woningen zouden komen, met reservering voor natuurlijke aanwas. De gemeente stelde dat er uiteindelijk 17 standplaatsen en 9 woningen gerealiseerd werden. De bewoners stelden dat de gemeente haar toezeggingen niet nakwam, vooral ten aanzien van de kinderen van de hoofdbewoners.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gevorderde verbod om standplaatsen aan derden toe te wijzen niet spoedeisend was, nu de gemeente dit niet voornam. De overige vorderingen waren te onzeker en leenden zich niet voor kort geding, mede omdat onduidelijk was of de extra standplaatsen feitelijk gerealiseerd konden worden en de precieze betekenis van de toezeggingen onduidelijk bleef. De vorderingen werden afgewezen en de eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de woonwagenbewoners af en veroordeelt hen in de proceskosten.