ECLI:NL:RBDOR:2005:AU7242
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging zware mishandeling door gooien van bloempotten
Verdachte werd beschuldigd van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan haar buurvrouw door het gooien van twee terracotta bloempotten. De officier van justitie achtte de poging tot zware mishandeling niet bewezen, maar vond de eenvoudige mishandeling wel bewezen en eiste een geldboete of hechtenis.
Tijdens de terechtzitting gaf verdachte aan niet op de buurvrouw te hebben gemikt, maar op een plantenbak, en dat de bloempotten klein en leeg waren. De buurvrouw stond volgens verdachte verder weg dan zij zelf had aangegeven. De politierechter oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om aan te nemen dat sprake was van een aanmerkelijke kans op zwaar letsel, mede gelet op de aard van de bloempotten en de locatie van de scherven.
Ook voor de eenvoudige mishandeling vond de rechter onvoldoende bewijs, omdat de buurvrouw geen pijn had ervaren en de vastgestelde schram niet kon worden toegeschreven aan de mishandeling. De civiele vordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard. De politierechter sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging zware mishandeling en eenvoudige mishandeling wegens onvoldoende bewijs.