ECLI:NL:RBDOR:2005:AU7353

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
23 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
61286 / FT RK 05-5450
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 2 FaillissementswetArt. 3 lid 1 Verordening 1346/2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens gebrek aan internationale bevoegdheid

Op 13 september 2005 diende Reynaers B.V. een verzoek tot faillietverklaring in tegen een schuldenaar die inmiddels naar België was vertrokken. De rechtbank Dordrecht behandelde het verzoek op 23 november 2005 in raadkamer. Hoewel de schuldenaar was opgeroepen, verscheen hij niet. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar zijn onderneming had opgeheven en uit het handelsregister was geschrapt.

Volgens artikel 2 lid 2 van Pro de Faillissementswet is de rechtbank van de laatste woonplaats van de schuldenaar bevoegd. De rechtbank toetste haar internationale bevoegdheid aan artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000, waarbij het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar bepalend is. Uit de Gemeentelijke Basisadministratie bleek dat de schuldenaar op 4 mei 2005 naar België was vertrokken, waardoor België het centrum van zijn belangen is.

De rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat het centrum van de voornaamste belangen in Nederland lag, mede omdat de inschrijving in het handelsregister was doorgehaald en de schuldenaar na vertrek naar België geen activiteiten meer in Nederland ontplooide. Het feit dat schulden bestonden jegens de verzoekster bij vertrek was onvoldoende om de Nederlandse bevoegdheid aan te nemen. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot faillietverklaring.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot faillietverklaring omdat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in België ligt.

Uitspraak

Rekestnummer: 61286 FT EA 05-5450
Datum uitspraak: 23 november 2005
RECHTBANK DORDRECHT
- beschikking afwijzing faillietverklaring -
Beschikking van de rechtbank Dordrecht, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.
Op 13 september 2005 is ter griffie een verzoekschrift ingekomen van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REYNAERS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Helmond, nader te noemen verzoekster,
procureur mr. M.L. Veldhuijzen,
strekkende tot faillietverklaring van
[schuldenaar], h.o.d.n. [handelsnaam schuldenaar]
voorheen wonende te [oude woonplaats], aan het adres [oude adres], thans wonende te [woonplaats] België, aan het adres [adres], zakendoende te [plaats], aan het adres [zaakadres].
De rechtbank heeft het verzoek in raadkamer behandeld op 23 november 2005. Ter zitting is namens verzoekster verschenen mr. A. Barth, kantoorgenote van mr. M.L. Veldhuijzen. Hoewel behoorlijk opgeroepen is de schuldenaar niet verschenen.
Ter zitting heeft mr. Barth verklaard dat de schuldenaar zich lopende het ingediende faillissementsverzoek buiten Nederland heeft begeven, alsmede dat de inschrijving van de onderneming van de schuldenaar per 11 oktober 2005 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel werd doorgehaald. Echter op grond van artikel 2 lid 2 van Pro de Faillissementswet is de rechtbank van de laatste woonplaats van de schuldenaar bevoegd. Aan het vereiste dat de schuldenaar bij zijn vertrek naar België reeds één of meer schulden had jegens de verzoekster van het faillissement is voldaan, aangezien de schuldenaar de facturen over de periode 8 november 2004 tot en met 22 juni 2005 onbetaald heeft gelaten.
De rechtbank dient haar internationale bevoegdheid tot het openen van een insolventieprocedure te bepalen aan de hand van artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie. Bevoegd is de rechter van de lidstaat waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland gelegen is. Onder het centrum van de voornaamste belangen moet worden verstaan de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die daardoor als zodanig voor derden herkenbaar is.
De rechtbank stelt vast dat uit de Gemeentelijke Basisadministratie blijkt dat de schuldenaar vóór indiening van het faillissementsverzoek, namelijk op 4 mei 2005 naar België is vertrokken. Dit betekent dat België dient te worden aangemerkt als het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar, tenzij blijkt dat dit centrum van voornaamste belangen in Nederland is gelegen. Dit blijkt in ieder geval niet uit de inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel, nu deze inschrijving wegens opheffing van de onderneming op 11 oktober 2005 ambtshalve is doorgehaald. Niet aannemelijk is geworden dat de schuldenaar ná zijn vertrek naar België nog activiteiten heeft ontplooid in Nederland. Dat de schuldenaar bij zijn vertrek naar België reeds één of meer schulden had jegens de verzoekster van het faillissement is onvoldoende om aan te nemen dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland is gelegen.
Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid heeft de territoriale insolventieprocedure te openen. De rechtbank zal zich derhalve onbevoegd verklaren van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart zich onbevoegd van het onderhavige verzoekschrift kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 23 november 2005 door mr. B.C. Vink, in tegenwoordigheid van de griffier(1).
(1) Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een procureur binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.