ECLI:NL:RBDOR:2005:AU7618
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor tegen psychotherapeut wegens vermeende seksuele relatie met patiënte
Verzoekster, een patiënte, verzoekt de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen jegens haar psychotherapeut vanwege een vermeende buitenechtelijke seksuele relatie die ontstond tijdens haar behandeling. Zij overweegt een civielrechtelijke schadevergoedingsvordering tegen de psychotherapeut in te stellen wegens het niet handelen conform de professionele standaard, wat haar ernstige schade zou hebben berokkend.
De psychotherapeut verzet zich tegen het verzoek en voert aan dat het verzoek te algemeen is, dat er sprake is van misbruik van procesrecht en dat hij zich kan beroepen op zijn beroepsgeheim en verschoningsrecht. Tevens wijst hij op mogelijke strafrechtelijke gevolgen van zijn verklaring.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op het voorlopig getuigenverhoor en dat het niet vereist is dat zij reeds gedetailleerd de feiten en schade concreet maakt. Het beroep op het verschoningsrecht kan pas bij het verhoor zelf worden beoordeeld. Het verzoek wordt daarom toegewezen, waarbij het getuigenverhoor zal plaatsvinden op 23 februari 2005.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor tegen de psychotherapeut wordt toegewezen.