ECLI:NL:RBDOR:2005:AU7738
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.G.J. de Heij
- Rechtspraak.nl
Geschil over concurrentiebeding en betaling koopprijs aandelen Packland Procesmechanisatie B.V.
Van Lunteren en Gerwig waren aandeelhouder en bestuurder van Packland Procesmechanisatie B.V. In november 2001 sloten zij een beëindigingsovereenkomst waarbij Van Lunteren haar aandelen aan Gerwig overdroeg, met betaling in vijf jaarlijkse termijnen. Gerwig betaalde de eerste drie termijnen, maar liet de vierde termijn onbetaald. Van Lunteren vorderde betaling van deze vierde termijn vermeerderd met rente.
Gerwig stelde dat zij haar betalingsverplichting had voldaan door verrekening met een vordering op Van Lunteren, die voortvloeide uit boetebedragen wegens vermeende overtredingen van relatie- en personeelsbedingen in de overeenkomst. Deze bedingen beperkten Van Lunteren in haar werkzaamheden voor relaties van Packland en in het samenwerken met voormalige werknemers.
De rechtbank oordeelde dat het relatiebeding geldig was voor vijf jaar en niet nietig wegens strijd met de Mededingingswet. De uitleg van het personeelsbeding werd in het voordeel van Van Lunteren uitgelegd. De rechtbank stelde dat Van Lunteren moest bewijzen dat after sale service aan afnemers van Fischbach niet onder het relatiebeding viel, en verwees de zaak naar een rolzitting voor nadere bewijslevering en getuigenverhoor. De beslissing over de overtredingen en de verrekening werd aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor bewijslevering en getuigenverhoor.