ECLI:NL:RBDOR:2006:AX9684
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige schorsing concurrentiebeding met loondoorbetaling tot 1 oktober 2006
Eiser, een 52-jarige Senior Account Manager, was sinds 31 januari 2004 in dienst bij HKS met een concurrentiebeding dat na beëindiging van de arbeidsovereenkomst nog zes maanden zou gelden. Na zijn opzegging trad hij per 1 mei 2006 in dienst bij een concurrent, Overdie Ferro B.V., wat volgens HKS een overtreding van het beding is.
Eiser vorderde in kort geding de volledige of gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding, stellende dat handhaving hem in zijn levensonderhoud zou belemmeren en dat het beding onredelijk was. HKS wilde het beding handhaven tot 1 oktober 2006 en bood aan het basissalaris door te betalen gedurende die periode.
De kantonrechter oordeelde dat eiser een spoedeisend belang had bij schorsing vanwege het risico op overtreding en het ontbreken van reële alternatieven. Tegelijk erkende de kantonrechter het belang van HKS bij handhaving van het beding. Daarom werd de werking van het beding geschorst tot 1 oktober 2006, met doorbetaling van een voorschot op vergoeding gelijk aan het basissalaris.
De proceskosten werden gecompenseerd. Tevens werd bepaald dat indien HKS eerder schriftelijk afstand doet van het beding, de betaling en schorsing eerder eindigen. Dit vonnis werd gewezen door kantonrechter C.H. Kemp-Randewijk op 23 juni 2006.
Uitkomst: De werking van het concurrentiebeding wordt geschorst tot 1 oktober 2006 met doorbetaling van een voorschot op vergoeding.