ECLI:NL:RBDOR:2006:AY1025
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen
Eiser was sinds 1988 in dienst bij ABS en werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen na het wegvallen van werkzaamheden bij opdrachtgever Suiker Unie te Puttershoek. Het CWI verleende toestemming voor het ontslag, waarbij werd vastgesteld dat er geen reële herplaatsingsmogelijkheden waren binnen ABS.
Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat het gebaseerd was op een valse of voorgewende reden en dat ABS financieel gezond was. Hij vorderde een schadevergoeding van 17 bruto maandsalarissen plus vakantiegeld en buitengerechtelijke kosten.
ABS betwistte de stellingen en onderbouwde het bedrijfseconomische belang met omzetdalingen en het wegvallen van specifieke werkzaamheden. De kantonrechter concludeerde dat het ontslag terecht was gegeven wegens het wegvallen van de opdracht en dat geen sprake was van een valse reden.
Daarnaast oordeelde de kantonrechter dat de gevolgen voor eiser niet te ernstig waren, mede gezien zijn leeftijd, ervaring en het feit dat hij snel ander werk vond. De vorderingen tot schadevergoeding en kosten werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.