ECLI:NL:RBDOR:2006:AY1073
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering werknemer bij familiebedrijf tijdens ziekte en arbeidsconflict
Werknemer, werkzaam bij het familiebedrijf van zijn vrouw, meldt zich op 17 november 2005 arbeidsongeschikt door spanningen uit een echtscheidingsprocedure. De Arbo-arts en een second opinion van het UWV verklaren hem per 1 december 2005 arbeidsgeschikt, maar werknemer gaat niet aan het werk. Werkgever schort loonbetaling op vanaf 1 december 2005.
Op 7 februari 2006 meldt werknemer zich opnieuw ziek na een emotioneel telefoongesprek met zijn vrouw tijdens werktijd. Er vindt geen nieuwe beoordeling door de Arbo-arts plaats, terwijl dit gezien de situatie wel had moeten gebeuren. Werkgever schakelt de Arbo-dienst niet in en draagt daarmee het risico.
De kantonrechter oordeelt dat werknemer geen recht heeft op loon over december 2005 en januari 2006, omdat hij toen arbeidsgeschikt was en geen arbeid verrichtte. Voor de periode vanaf 1 maart 2006 tot het einde van de dienstbetrekking wordt loon toegewezen, omdat werknemer voorshands als arbeidsongeschikt wordt beschouwd en werkgever naliet de situatie adequaat te controleren. De gevorderde dwangsommen worden afgewezen en proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot loonbetaling vanaf 1 maart 2006 tot het einde van de arbeidsovereenkomst.