ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1074
Rechtbank Dordrecht
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering letselschade afgewezen voor verlies arbeidsvermogen, toegewezen voor huishoudelijke hulp en smartengeld
In deze civiele letselschadezaak stond de vraag centraal of geopposeerde recht had op schadevergoeding wegens verlies van arbeidsvermogen en andere schadeposten na een verkeersongeval op 22 maart 1996.
Op basis van een deskundigenrapport werd vastgesteld dat geopposeerde volledig arbeidsongeschikt was voor haar toenmalige werk, maar dat zij vanaf 24 maart 1997 passend werk had kunnen verrichten met vergelijkbaar inkomen. Geopposeerde had echter onvoldoende inspanningen verricht om passend werk te vinden, waardoor de rechtbank haar vordering voor verlies aan arbeidsinkomen afwees wegens niet-naleving van de schadebeperkingsplicht.
Wel werd vastgesteld dat geopposeerde behoefte had aan huishoudelijke hulp voor huishoudelijke taken, tuinwerk en dierenverzorging. De rechtbank stelde de hulpbehoefte vast op 4 uur per week en kende een vergoeding van € 14.400 toe. Daarnaast werd smartengeld toegekend van € 5.250 na aftrek van eigen schuld en verrekening van reeds ontvangen bedragen.
Andere vorderingen, zoals reiskosten en buitengerechtelijke kosten, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onredelijkheid. Opposant werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 14.544,97 en de proceskosten.
Uitkomst: Vordering verlies arbeidsinkomen afgewezen, vergoeding huishoudelijke hulp en smartengeld toegewezen.