ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1650
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erfgrensbepaling na verjaring en dwaling bij koopovereenkomst grond
In deze zaak stond de kwalificatie van een overeenkomst tussen partijen centraal, waarbij de rechtbank eerder had vastgesteld dat het een koopovereenkomst betrof en niet een vaststellingsovereenkomst. De koper had een beroep gedaan op dwaling omdat hij grond had gekocht die hij reeds door verjaring als eigenaar had verkregen.
De rechtbank heeft bij tussenvonnissen vastgesteld dat de koper door verjaring eigenaar was geworden van een strook grond onder een voormalige schuur en oprit. Vervolgens is onderzocht of deze grond onderdeel uitmaakte van de koopovereenkomst. De koper slaagde in zijn bewijs dat de grond door verjaring zijn eigendom was geworden en dat de overeenkomst betrekking had op deze grond.
Hierdoor oordeelde de rechtbank dat het beroep op dwaling slaagde en wees de vordering van de koper af. De rechtbank bepaalde tevens de erfgrens langs de door verjaring verkregen grond, waarbij de grens loopt vanaf een herkenningspunt aan de oostelijke punt van een verlaagde inrit, evenwijdig aan de wagenschuur tot aan de achterzijde van de voormalige schuur.
De eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitgesproken door mr. P.W. van Baal op 25 oktober 2006.
Uitkomst: De vordering in conventie wordt afgewezen en de erfgrens wordt vastgesteld langs de door verjaring verkregen grond.