ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ2059
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naturalisatieverzoeken en toepassing hardheidsclausule bij rechtmatig verblijf
Eisers, wonende te Zwijndrecht, hebben verzoeken tot naturalisatie ingediend die zijn afgewezen door verweerder. Zij betogen dat zij voldoen aan de vijfjarige eis van toelating en hoofdverblijf omdat zij sinds 24 februari 1998 rechtmatig in Nederland verblijven in afwachting van een verblijfsvergunning. Verweerder stelt echter dat rechtmatig verblijf in afwachting van een beslissing niet gelijkstaat aan toelating zoals bedoeld in de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
De rechtbank bevestigt dat toelating in de zin van de RWN instemming door het bevoegd gezag met het bestendig verblijf betekent en dat de periode van rechtmatig verblijf vóór het verkrijgen van een verblijfsvergunning niet meetelt voor de vijfjaarstermijn. Eisers beschikten pas vanaf 26 februari 2001 over een verblijfsvergunning voor bestendig verblijf, waardoor zij niet voldoen aan de vereiste termijn.
Eisers voerden subsidiariteit aan dat verweerder artikel 10 RWN Pro (hardheidsclausule) te beperkt toepast en dat hun bijzondere omstandigheden, waaronder een baan bij het Ministerie van Defensie, een afwijking rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn beoordelingsruimte correct heeft benut en voldoende heeft gemotiveerd waarom geen toepassing van artikel 10 plaatsvindt Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen kosten aan partijen opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Weerdesteijn op 13 oktober 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van naturalisatieverzoeken wordt ongegrond verklaard omdat eisers niet voldoen aan de vijfjarige toelatings- en hoofdverblijfseis.