ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ2062
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. Nihot
- M.J.M. Marseille
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering bij verblijf in buitenland voor medische behandeling niet in strijd met EG-verdrag
Eiser ontving sinds 1997 een bijstandsuitkering en verbleef vanaf 16 maart 2004 in Schotland voor een door de ziektekostenverzekeraar goedgekeurde medische behandeling. Verweerder trok de bijstand in met ingang van die datum vanwege het verblijf in het buitenland langer dan de toegestane vier weken. Eiser maakte bezwaar en stelde dat dit in strijd was met het vrij verkeer van diensten (artikel 49 EG Pro-Verdrag) en het discriminatieverbod.
De rechtbank oordeelt dat het territorialiteitsbeginsel van artikel 11 WWB Pro niet in strijd is met het EG-verdrag, omdat de WWB niet ziet op gezondheidszorgvoorzieningen en het verblijf in het buitenland langer dan de gebruikelijke vakantieperiode kan leiden tot intrekking van bijstand. Wel wordt geoordeeld dat het onderscheid in artikel 13, vierde lid, WWB naar leeftijd geen redelijke en objectieve grond heeft en daarom buiten toepassing moet blijven.
Verder is verweerder tekortgeschoten door niet te beslissen op het verzoek om ontheffing van arbeidsverplichtingen tijdens de medische behandeling en door te stellen dat het territorialiteitsbeginsel zo absoluut is dat het ook toepassing van artikel 16 WWB Pro uitsluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en onzorgvuldige besluitvorming.