ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ2074
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.G.L. de Vette
- C. Smals-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhavingsbesluit en beginselplicht bestuursdwang bij exploitatievergunning café
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om geen bestuursrechtelijke handhaving te verrichten op de exploitatievergunning van café Het Onderhuis. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in tegen het besluit van 31 augustus 2005 en het latere besluit van 27 oktober 2005, waarbij het eerdere besluit werd ingetrokken en een schriftelijke laatste waarschuwing aan de vergunninghouder was gegeven.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2005 niet-ontvankelijk is omdat het nieuwe besluit van 27 oktober 2005 het eerdere besluit vervangt. Het bestreden besluit van 27 oktober 2005 is gebaseerd op de bevoegdheid van de burgemeester om de vergunning te schorsen, intrekken of wijzigen bij overtreding van voorschriften. Verweerder hanteert daarbij het regionaal handhavingsbeleid horeca 2002, dat een schriftelijke waarschuwing voorschrijft alvorens bestuursdwang toe te passen.
De rechtbank bevestigt dat de beginselplicht tot handhaving, zoals bedoeld in artikel 5:21 Awb Pro, analoog geldt voor de bevoegdheid tot schorsing of intrekking van de vergunning. Deze beginselplicht verplicht het bestuursorgaan in principe tot handhaving bij overtredingen, tenzij bijzondere omstandigheden zoals zicht op legalisatie of onevenredigheid zich voordoen. De rechtbank acht het beleid van verweerder niet onredelijk en oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de door hem gestelde overtredingen.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 31 augustus 2005 is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2005 wordt ongegrond verklaard.