ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ2998
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring wegens misbruik van procesrecht bij schuldsaneringsverzoek
De rechtbank Dordrecht behandelde een faillissementsverzoek van een schuldenaar die tevens een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling had ingediend. Gedurende meerdere zittingen werd het faillissementsverzoek telkens aangehouden vanwege het ontbreken van een volledig en onderbouwd verzoekschrift voor schuldsanering.
Ondanks herhaalde waarschuwingen en aanhoudingen slaagde de schuldenaar er niet in om het verzoekschrift en de wettelijk vereiste stukken tijdig en volledig te overleggen. De rechtbank constateerde dat de schuldenaar misbruik maakte van het procesrecht door steeds om verdere aanhouding te verzoeken zonder het verzoek adequaat te completeren.
De rechtbank besloot daarom de schorsende werking van het schuldsaneringsverzoek te negeren en het faillissementsverzoek verder te behandelen. Op basis van de erkenning van de schuldenaar en de omstandigheden stelde de rechtbank vast dat de schuldenaar was opgehouden met betalen en verklaarde hem in staat van faillissement.
Tot slot benoemde de rechtbank een rechter-commissaris en een curator en gelastte het openen van aan de gefailleerde gerichte post. De uitspraak werd gedaan door mr. R.P. Broeders op 22 november 2006.
Uitkomst: De rechtbank verklaart schuldenaar failliet wegens misbruik van procesrecht en wijst het faillissementsverzoek toe.