Op de zitting van 26 april 2006 heeft schuldenaar verklaard dat hij een doorstart wil maken en dat hij hiertoe een financieringsverzoek bij de gemeente heeft ingediend. Voorts is hij op deze zitting een betalingsregeling overeengekomen met verzoeker.
Op de zitting van 24 mei 2006 heeft schuldenaar verklaard een verzoek voor de schuldsanering te hebben ingediend bij de gemeente. Gezien de schorsende werking van zo'n verzoek heeft de rechtbank het faillissementsverzoek aangehouden in afwachting van het gereedmaken van het verzoekschrift en de verklaring voor de schuldsanering.
Op de zitting van 2 augustus 2006 is de behandeling aangehouden aangezien de gemeente nog niet klaar was met verwerking van het schuldsaneringverzoek.
Schuldenaar heeft op 30 augustus 2006 nog een schriftelijk verzoek ingediend waarin wordt verzocht om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling, echter zonder enige nadere onderbouwing en zonder de daarbij ingevolge de wet benodigde stukken.
Op de zitting van 13 september 2006 is gebleken dat het schuldsaneringverzoek van schuldenaar op 2 september 2006 door de gemeente is doorgestuurd naar Zuidweg & Partners ter verdere afhandeling. Hierop is de behandeling van het faillissementsverzoek wederom aangehouden.
Zuidweg & Partners heeft op 4 oktober 2006 telefonisch contact opgenomen met de griffier van de rechtbank en onder meer verklaard dat schuldenaar een doorstart wilde maken en niet werkelijk gemotiveerd leek te zijn ten aanzien van het verzoek voor de schuldsanering. Hierop heeft Zuidweg & Partners op 5 oktober 2006 nog een fax naar de griffie gestuurd en daarin aangegeven dat schuldenaar bij het intakegesprek op 20 september 2006 heeft aangegeven dat hij in verband met zijn gewenste doorstart een aanvraag van een Bbz-krediet bij de gemeente wilde indienen. Voorts werd in de fax meegedeeld dat (onder meer ten aanzien van de aanvraag van het Bbz-krediet) meerdere stukken nog ontbraken.
Op de zitting van 11 oktober 2006 heeft schuldenaar verklaard dat hij een doorstart wilde maken met zijn eenmanszaak en dat hij hiertoe een aanvraag voor een Bbz-krediet bij de gemeente heeft ingediend. De rechtbank heeft aangegeven dat - indien schuldenaar werkelijk wil worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling - het opstarten, dan wel voortzetten van een bedrijf in de schuldsaneringsregeling niet is toegestaan. Aangezien het verzoekschrift voor de schuldsanering nog steeds niet gereed was, heeft de rechtbank de behandeling van het faillissementsverzoek andermaal aangehouden en schuldenaar erop gewezen dat hij de verwerking van zijn schuldsaneringverzoek moest zien te bespoedigen, daar de termijn van aanhoudingen onevenredig lang dreigde te worden.
Op de zitting van 8 november 2006 is gebleken dat het verzoekschrift wederom niet gereed was. Schuldenaar heeft verklaard dat hij nog een aantal stukken had moeten overleggen, maar dat het verzoekschrift binnen een week kon worden opgestuurd naar de rechtbank. De rechtbank heeft hierop de behandeling van het faillissementsverzoek voor de laatste maal aangehouden, teneinde schuldenaar in staat te stellen het verzoekschrift voor de schuldsaneringsregeling te overleggen. De rechtbank heeft schuldenaar nadrukkelijk gewaarschuwd dat, gezien de vele aanhoudingen, verder uitstel niet meer werd geduld en dat het verzoekschrift (inclusief verklaring en bijlagen) binnen twee weken op de rechtbank diende te zijn overgelegd. De rechtbank heeft hierbij duidelijk aangegeven dat het enkel indienen van een schriftelijk verzoek tot schuldsanering, zonder dit verzoek nader te onderbouwen, onvoldoende was om te beoordelen en dat indien het complete verzoekschrift niet binnen de gestelde termijn zou zijn ingeleverd er sprake zou zijn van misbruik van procesrecht.
Tenslotte is op de zitting van 22 november 2006 gebleken dat het verzoekschrift andermaal niet gereed en ingediend was. De rechtbank heeft op deze zitting aangegeven dat uit een fax van Zuidweg & Partners van 14 november 2006 is gebleken dat op die datum nog steeds een lijst van crediteuren ontbrak in het dossier. Schuldenaar heeft verklaard dat hij deze lijst op 18 november 2006 naar Zuidweg & Partners heeft opgestuurd en heeft van deze lijst op 21 november 2006 een afschrift bij de rechtbank afgegeven.