ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ3400
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Advies bedrijfsarts niet maatgevend voor arbeidsongeschiktheid en loonbetaling
De werknemer, sinds 1981 in dienst bij de werkgever als teamleider, meldde zich ziek na een negatieve beoordeling in februari 2006. De bedrijfsarts stelde werkgerelateerde spanningsklachten vast en adviseerde mediation, maar verklaarde de werknemer per 28 maart 2006 hersteld. De werknemer hervatte zijn werk niet en schortte de salarisbetaling op voor april 2006. Het UWV bevestigde op 27 april 2006 dat de werknemer geschikt was voor het eigen werk, ondanks communicatieproblemen en conflicten.
De werkgever bood een gelijkwaardige dagdienstfunctie aan na mislukte mediation, die de werknemer weigerde. De werknemer vorderde loonbetaling over april 2006, voortzetting van salaris en terugkeer in zijn oude functie. De kantonrechter oordeelde dat het advies van de bedrijfsarts niet bindend is en dat de werknemer het werk op 28 maart 2006 had moeten hervatten. De loonvorderingen en het verzoek tot wedertewerkstelling werden afgewezen.
De correspondentie toonde dat de werknemer een moeilijke communicatie had met de werkgever, wat de terugkeer in de oude functie bemoeilijkte. Een gedwongen terugkeer zou de situatie verslechteren. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De loonvorderingen en het verzoek tot wedertewerkstelling worden afgewezen; eiser is arbeidsgeschikt verklaard en veroordeeld in de proceskosten.