ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ5957
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Werkgever gaat te ver met opschorting loon en ontslag op staande voet ondanks arbeidsongeschiktheid werknemer
De werknemer is sinds 20 juli 2004 in dienst als kanter/uitsnijder/vliezer bij de werkgever. In september 2006 wijzigde de werkgever eenzijdig de wijze van loonbetaling, wat leidde tot bezwaar van de werknemer. Op 2 oktober 2006 meldde de werknemer zich ziek. De werkgever vroeg medische gegevens en medicijngebruik, wat volgens de kantonrechter te ver ging.
De bedrijfsarts verklaarde de werknemer arbeidsongeschikt door een volledig arbeidsgerelateerde oorzaak. Desondanks schortte de werkgever het loon op vanaf 11 september 2006 en sprak ontslag op staande voet uit op 11 december 2006. De werknemer vorderde herintreding bij arbeidsgeschiktheid, betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente, en nakoming van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onrechtmatig handelde door het loon op te schorten en het ontslag op staande voet te geven, omdat de ziekte van de werknemer vaststond en de werkgever niet bevoegd was om zelf medisch oordeel te vellen. De vordering tot herintreding en betaling van loon werd toegewezen, met een gematigde dwangsom bij niet-naleving. De vordering tot nakoming van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen wegens ongeschiktheid voor kort geding. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever moet werknemer bij arbeidsgeschiktheid weer toelaten en loon betalen vanaf 11 september 2006 met wettelijke verhoging en rente.