ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ5422
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal van lokfiets ondanks verweer van uitlokking en onrechtmatig opsporingsmiddel
De verdachte werd beschuldigd van diefstal van een zogenaamde lokfiets die door de politie was geplaatst in een gebied met veel fietsendiefstallen. De verdediging voerde aan dat de politie verdachte had uitgelokt tot het plegen van het strafbare feit en dat het gebruik van de lokfiets onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat de politie binnen haar opsporingsdoel bleef en dat het wilsbesluit tot diefstal door verdachte zelf was genomen.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. De verdediging betoogde primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, wat werd verworpen. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de fiets met wederrechtelijk oogmerk had weggenomen.
De strafmotivering hield rekening met het feit dat verdachte een veelpleger is die kort daarvoor was vrijgekomen na een eerdere detentie voor hetzelfde feit. Gezien het recidivegevaar en het ontbreken van geschikte behandelmogelijkheden, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor diefstal van een lokfiets.