ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8686
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering curator wegens onvoldoende onderbouwing en proceseconomische overwegingen
In deze civiele procedure vordert de curator in het faillissement van de gefailleerde een deel van zijn vordering van €243.685,87 met rente, uitvoerbaar bij voorraad. De curator stelt dat gedaagde steeds minder verhaal biedt en spoedeisend belang heeft bij een tussentijdse uitspraak. Gedaagde voert verweer dat beslag is gelegd op haar woonhuis en bankrekeningen, waardoor verhaal niet beperkt is.
De rechtbank oordeelt dat de curator onvoldoende heeft onderbouwd dat gedaagde minder verhaal biedt, mede gelet op de bestaande beslagen. Daarnaast is het vanuit proceseconomisch oogpunt wenselijk om te wachten op het eindvonnis, zodat alle vorderingen in één keer kunnen worden behandeld en versnipperd hoger beroep wordt voorkomen.
Daarom wijst de rechtbank de incidentele vordering af en compenseert de proceskosten tussen partijen, die voormalige echtgenoten zijn. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en proceseconomische redenen.