ECLI:NL:RBDOR:2007:BA0897
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- I.M.A. Hinfelaar
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek voorzitter strafkamer wegens gebrek aan objectieve vooringenomenheid
In deze strafzaak heeft de raadsman van de verdachte tijdens de terechtzitting van 15 februari 2007 een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de strafkamer. Het verzoek betrof onder meer het weigeren van overlegmogelijkheden tijdens een zittingsonderbreking, het niet opnieuw horen van getuigen in aanwezigheid van de verdachte, en het niet herstellen van een vermeende grove fout in het proces-verbaal van een eerdere zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de proces-verbalen en de wettelijke criteria voor wraking. Uit de stukken bleek dat niet alle gronden voor wraking terstond en tegelijk waren voorgedragen zoals vereist volgens artikel 513 Wetboek Pro van Strafvordering. Bovendien kon uit de gang van zaken geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de voorzitter worden afgeleid.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De vermeende weigeringen en beslissingen van de voorzitter werden niet als zodanig beoordeeld dat zij een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de voorzitter van de strafkamer is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.