ECLI:NL:RBDOR:2007:BA5670
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator wegens ontbreken derdenbeding in klantenbestandovereenkomst
De curator van Framec B.V., failliet verklaard op 13 oktober 2004, vordert betaling van een openstaand bedrag van €10.210,65 van Container Cleaning Nederland B.V. (voorheen SOB Dienstverlening B.V.). Deze vordering is gebaseerd op een overeenkomst waarbij het klantenbestand van CC Goes werd verkocht aan SOB. Framec trad op als begunstigde van een zogenaamd derdenbeding in deze overeenkomst.
De rechtbank onderzoekt of de overeenkomst tussen CC Goes en SOB een derdenbeding bevat zoals bedoeld in artikel 6:253 lid 1 BW Pro, dat Framec een zelfstandig recht op betaling zou geven. Hoewel Framec de eerste factuur betaalde, bleef de tweede termijn onbetaald. De curator stelt dat Framec een zelfstandig vorderingsrecht heeft en dat de betaling aan Framec is overeengekomen.
De rechtbank oordeelt dat uit de bewoordingen van de overeenkomst niet volgt dat Framec een eigen recht op betaling heeft. Het enkel feit dat facturen op naam van Framec zijn gesteld en dat de eerste termijn is betaald, betekent niet dat de overeenkomst een derdenbeding bevat. De stellingen van de curator over onderhandelingen en afspraken zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarom wordt de vordering van de curator afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Het ontbreken van een machtiging van de rechter-commissaris tot het voeren van de procedure leidt niet tot niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen wegens ontbreken van een derdenbeding.