ECLI:NL:RBDOR:2007:BA5674
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming en schadevergoeding bij inkoop eigen aandelen
De zaak betreft een kort geding tussen [eiseres] en Bonaventura Cruises Holding B.V. (BCH) en aanverwante partijen over een overeenkomst tot inkoop van eigen aandelen. [eiseres] vordert nakoming van deze overeenkomst en betaling van de koopsom, al dan niet via hoofdelijk aansprakelijke bestuurders.
BCH en de andere gedaagden voeren verweer dat de overeenkomst nietig is op grond van strijd met artikel 2:207 lid 2 BW Pro, dat de verkrijging van eigen aandelen niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Tevens wordt een beroep gedaan op wederzijdse dwaling, omdat de financiële situatie van BCH na het sluiten van de overeenkomst verslechterde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overeenkomst niet verboden is, maar nakoming op dit moment wel in strijd met de wet zou zijn. Het beroep op wederzijdse dwaling wordt verworpen omdat toekomstige omstandigheden geen grond voor vernietiging vormen. De subsidiaire vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 2:207a BW en onrechtmatig handelen wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid.
De primaire en subsidiaire vorderingen worden afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot nakoming en schadevergoeding worden afgewezen; eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.