ECLI:NL:RBDOR:2007:BA5701
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor legeskosten aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf
Eisers, vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland, vroegen bijzondere bijstand voor legeskosten op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder wees dit verzoek af omdat eisers niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 11, tweede en derde lid, WWB, en dus niet gelijkgesteld konden worden met een Nederlander.
Eisers verwezen naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 januari 2006, waarin onder bepaalde omstandigheden bijzondere bijstand mogelijk werd geacht voor vreemdelingen met minderjarige kinderen die een verblijfsvergunning hadden aangevraagd. De rechtbank oordeelde echter dat eisers niet rechtmatig verbleven zoals vereist in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, en dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning niet terugwerkende kracht heeft.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen bijzondere bijstand heeft toegekend, omdat geen bijzondere omstandigheden waren gebleken die een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers op bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.