ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7172
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bank mag executoriale verkoop effectenportefeuille verrekenen met rekening-courant ondanks faillissement
In deze zaak heeft de bank een geldlening verstrekt aan echtelieden, waarbij zij een pandrecht had op een effectenportefeuille. Na het faillissement van een van hen heeft de bank de effectenportefeuille executoriaal verkocht en de opbrengst in mindering gebracht op de rekening-courant schuld.
De curator stelde dat deze verkoopopbrengst onder artikel 20 van Pro de Faillissementswet viel en dat de bank het bedrag aan de boedel had moeten afdragen. De rechtbank oordeelde echter dat de bank als pandhouder haar recht had uitgeoefend conform artikel 57 Faillissementswet Pro, waardoor zij zich als separatist met voorrang op de opbrengst kon verhalen.
De administratieve verwerking van de opbrengst als vermindering van de rekening-courant schuld werd als juridisch toelaatbaar beschouwd. Alleen indien de opbrengst hoger was dan de schuld waarvoor het pandrecht gold, zou de bank het overschot aan de curator moeten afdragen.
De vordering van de curator werd afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis bevestigt de mogelijkheid voor banken om executoriale verkoopopbrengsten te verrekenen met lopende schulden ondanks faillissement.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt afgewezen en de bank mag de opbrengst van de executoriale verkoop verrekenen met de rekening-courant schuld.