ECLI:NL:RBDOR:2007:BA9128
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid gemeente tot heffing havengelden ondanks privaatrechtelijke gebruiksovereenkomst kade
Eiseres betwist de heffing van havengelden door de gemeente Oud-Beijerland over de periode 2004-2005, omdat zij meent dat een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en een derde partij (BB) haar belastingplicht uitsluit. De rechtbank stelt dat deze overeenkomst niet heeft geleid tot het onttrekken van de kade aan de bestemming voor de openbare dienst, zodat de gemeente bevoegd blijft tot heffing.
De rechtbank overweegt dat de kade niet exclusief aan BB is toegewezen en dat het vereiste van voorafgaande toestemming door de havenmeester voor ligplaatsen gebruikelijk is en niet afdoet aan het openbare karakter van de kade. Verder is vastgesteld dat de gemeente ook andere gebruikers van de kade heeft belast, wat wijst op het ontbreken van een exclusief gebruiksrecht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht eiseres als belastingplichtige heeft aangemerkt op grond van de Verordening havengelden, waarbij de aanwijzing van de belastingplichtige plaatsvindt op basis van een bestendige gedragslijn en overleg met de uitvoerder van eiseres. De enkele ontkenning van eiseres over het overleg is onvoldoende om de heffing te betwisten.
De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard en de rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de gemeente tot heffing van havengelden ondanks een privaatrechtelijke gebruiksovereenkomst.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van de gemeente tot heffing van havengelden van eiseres.