ECLI:NL:RBDOR:2007:BA9471
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet vernietigd; werkgever gehouden tot betaling afvloeiingsvergoeding
De werknemer was sinds 1978 in dienst en sinds 1999 statutair directeur bij Van Sillevoldt. Na een verschil van inzicht over het beleid werd hij op 14 december 2005 door de aandeelhoudersvergadering ontslagen per 30 april 2006. Op 8 maart 2006 volgde een ontslag op staande voet wegens het verstrekken van onjuiste informatie aan een belangrijke klant.
De werknemer vorderde vernietiging van het ontslag op staande voet en betaling van salaris, afvloeiingsvergoeding en bijkomende kosten. De werkgever stelde dat het ontslag op staande voet terecht was gegeven en dat de afvloeiingsregeling alleen voor bedrijfseconomische redenen gold.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op staande voet niet onverwijld was gegeven, waardoor het geen stand hield. De arbeidsovereenkomst liep door tot 30 april 2006. Tevens werd geoordeeld dat de afvloeiingsregeling niet beperkt was tot bedrijfseconomische redenen en dat de werkgever gehouden was deze na te komen.
Verder werd het beroep op kennelijk onredelijk ontslag verworpen, omdat het ontslag niet oneervol was en de gevolgen van het ontslag waren verdisconteerd in de ruime afvloeiingsregeling. De pensioenpremies werden deels toegewezen en buitengerechtelijke kosten werden gematigd toegekend.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris over de periode na het ontslag op staande voet, de contractuele afvloeiingsvergoeding, pensioenpremies, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van salaris en de contractuele afvloeiingsvergoeding.