ECLI:NL:RBDOR:2007:BB0294

Rechtbank Dordrecht

Datum uitspraak
24 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/500735-06
Instantie
Rechtbank Dordrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak vader wegens gebrek aan bewijs medeplegen zware mishandeling kinderen

De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak tegen een 28-jarige man die werd verdacht van zware mishandeling van zijn twee jonge kinderen in de periode van 2002 tot 2006. De ten laste gelegde feiten omvatten ernstige lichamelijke letsels aan de kinderen, waaronder botbreuken en leverscheuringen, die volgens het Openbaar Ministerie door verdachte zouden zijn toegebracht.

Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd en ontvankelijk was om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 204 dagen, waarvan 120 voorwaardelijk. De verdediging pleitte vrijspraak.

De rechtbank oordeelde dat het letsel van de kinderen het gevolg was van stelselmatige mishandeling door de echtgenote van verdachte. Hoewel verdachte ernstig tekort was geschoten in zijn zorgplicht door niet in te grijpen, was er geen wettig en overtuigend bewijs dat hij zelf geweld had gebruikt of bewust had meegewerkt aan de mishandeling. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.

Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak benadrukt het belang van bewijs voor medeplegen en onderscheidt nalatigheid van strafbare deelname aan geweld.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen zware mishandeling van zijn kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT
MEERVOUDIGE STRAFKAMER
Tegenspraak
Parketnummer: 11/500735-06
Zittingsdata : 5 juni 2007 en 11 juli 2007
Uitspraak : 24 juli 2007
VERKORT STRAFVONNIS
De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren in 1978,
wonende te [adres en woonplaats].
De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.
1. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
19 maart 2002 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op 19 maart 2002),
zijnde haar, verdachtes, (stief)kind,
(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten
- een breuk van de linker ellepijp en/of
- een fractuur aan het linker spaakbeen),
heeft toegebracht,
door die [slachtoffer 1] (telkens) opzettelijk
- te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen tegen haar
lichaam en/of
- krachtig aan haar onderarm(en) omhoog te trekken en/of
- stevig vast te pakken bij haar pols(en);
2.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
19 maart 2002 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd
[slachtoffer 1] (geboren op 19 maart 2002), zijnde zijn, verdachtes,
kind, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
met dat opzet die [slachtoffer 1] (telkens) opzettelijk
- te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen tegen haar
lichaam en/of
- krachtig aan haar onderarm(en) omhoog te trekken en/of
- stevig vast te pakken bij haar pols(en),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
19 maart 2002 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1]
(geboren op 19 maart 2002), zijnde zijn, verdachtes, kind,
- heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of geduwd
tegen haar lichaam en/of
- krachtig aan haar onderarm(en) omhoog heeft getrokken en/of
- stevig heeft vastgepakt bij haar pols(en),
waardoor voornoemde [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft
ondervonden;
3.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
16 december 2004 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] (geboren op
16 december 2004), zijnde zijn, verdachtes, kind,
(telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten
- een botbreuk rechter grote teen en/of een afscheuring van het buitenste
gedeelte van het botuiteinde richting uiteinde rechter grote teen en/of
een botbreuk basis rechter grote teen en/of
- een breuk van het kleine botuitsteeksel vooraan het rechter schouderblad
en/of
- bloeduitstortingen in de spieren van de rechterarm in de omgeving van het
ellebooggewricht en/of meervoudige botafscheuringen aan het uiteinde van de
rechter en/of linker ellepijp en/of
- meerdere ribbreuken en/of
- een leverscheuring,
heeft toegebracht,
door die [slachtoffer 2] (telkens) opzettelijk
- te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen tegen haar
lichaam en/of
- op haar te(e)n(en) te trappen en/of te staan en/of
- krachtig door elkaar te schudden en/of
- met zeer veel geweld aan haar arm(en) te trekken en/of
- ter hoogte van haar borstkas krachtig samen te drukken en/of te omklemmen;
4.
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
16 december 2004 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in
vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd
[slachtoffer 2] (geboren op 16 december 2004), zijnde zijn,
verdachtes, kind, (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te
brengen,
met dat opzet die [slachtoffer 2] (telkens)
- te slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen tegen haar
lichaam en/of
- op haar te(e)n(en) te trappen en/of te staan en/of
- krachtig door elkaar te schudden en/of
- met zeer veel geweld aan haar arm(en) te trekken en/of
- ter hoogte van haar borstkas krachtig samen te drukken en/of te omklemmen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van
16 december 2004 tot en met 22 december 2006 te Gorinchem en/of elders in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk mishandelend een persoon, te weten
[slachtoffer 2] (geboren op 16 december 2004), zijnde zijn,
verdachtes, kind,
- heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of geduwd
tegen haar lichaam en/of
- op haar te(e)n(en) heeft getrapt en/of te gestaan en/of
- krachtig door elkaar heeft geschud en/of
- met zeer veel geweld aan haar arm(en) heeft getrokken en/of
- ter hoogte van haar borstkas krachtig heeft samen gedrukt en/of omklemd,
waardoor voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft
ondervonden;
2. De voorvragen
2.1 De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
2.2 De bevoegdheid van de rechtbank
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
2.4 De schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
3. Het onderzoek ter terechtzitting
3.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft - feit 1, 2 primair, 3 en 4 primair ten laste gelegde bewezen achtend- een gevangenisstraf voor de duur van 204 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren gevorderd.
3.2 De verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten.
4. De bewijsbeslissingen
4.1 De vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 is ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Uit de diverse getuigenverklaringen in samenhang met de conclusies uit de forensisch-medische rapportage van 23 mei 2007, in combinatie met de afwezigheid van een plausibele alternatieve oorzaak voor het letsel van de kinderen, concludeert de rechtbank dat het bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geconstateerde letsel is ontstaan als gevolg van een stelselmatige mishandeling door verdachtes echtgenote.
Met betrekking tot de rol van verdachte is de rechtbank van oordeel dat het verdachte als vader ten zeerste valt aan te rekenen dat hij niet heeft ingegrepen, ofschoon er voldoende signalen moeten zijn geweest dat zijn nog zeer jonge kinderen te lijden hadden onder het agressieve gedrag van zijn vrouw. Dit gebrek aan optreden heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de mishandelingen zich langere tijd hebben kunnen voordoen. Verdachte had als vader van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een bijzondere zorgplicht en is hierin ernstig tekort geschoten.
Deze ernstige nalatigheid kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet worden gekwalificeerd als medeplegen van zware mishandeling. Het dossier bevat immers geen aanwijzingen die duiden op een bewuste - al dan niet stilzwijgende - samenwerking gericht op de mishandeling van zijn kinderen en zulks is al evenmin uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken. Evenmin is gebleken dat verdachte zelf geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].
Dit heeft tot gevolg dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat verdachte van die feiten dient te worden vrijgesproken.
5. De overige beslissingen
Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.
6. De beslissing
De rechtbank
verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
mr. P.L. van Dijke en mr. A.J. Japenga, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Hooge, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 juli 2007.