ECLI:NL:RBDOR:2007:BB1485
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- M.M. Moolenburgh - Pelser
- P.L. van Dijke
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens afpersing en diefstal met geweld en bedreiging
Op 15 april 2007 heeft verdachte samen met anderen ingebroken in de woning van het slachtoffer in Dordrecht. Zij hebben zich toegang verschaft door braak en hebben onder bedreiging en geweld diverse goederen en geld weggenomen, waaronder bankpassen en elektronica. Verdachte werd als mededader aangemerkt, ondanks zijn korte aanwezigheid en het feit dat hij het slachtoffer niet heeft gezien.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij afpersing en diefstal met geweld en bedreiging. De straf werd bepaald op basis van de ernst van het delict, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte. De rechtbank hield rekening met het feit dat het slachtoffer in het holst van de nacht werd overrompeld en de aanwezigheid van de inbrekers geruime tijd moest verdragen.
Hoewel verdachte een minder actieve rol had en spijt betuigde, rechtvaardigde de ernst van het delict een gevangenisstraf. Daarom werd een straf van 16 maanden opgelegd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis geheel in mindering wordt gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.