ECLI:NL:RBDOR:2007:BB2545
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H.M. Simmelink
- H. Bedee
- T. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen wegens gebrek aan bewijs soortgelijke feiten
De rechtbank Dordrecht behandelde een zaak waarin de officier van justitie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel indiende tegen de veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet. De officier van justitie stelde aanvankelijk een bedrag van €1.002.877,- voor ontneming voor, dat later werd verminderd tot €547.877,-, gebaseerd op een financieel rapport dat een voordeel uit cocaïnehandel suggereerde.
De rechtbank oordeelde dat voor oplegging van ontneming op grond van artikel 36e lid 2 Sr voldoende aanwijzingen nodig zijn dat de veroordeelde soortgelijke feiten heeft gepleegd, waarbij tijd en plaats gespecificeerd moeten zijn. Het financiële rapport en het dossier bevatten echter geen concrete aanwijzingen of specificaties van dergelijke soortgelijke feiten. De verdediging betoogde dat de veroordeelde geen voordeel had genoten, hetgeen de rechtbank onderschreef.
Daarom stelde de rechtbank vast dat de vordering ongegrond was en dat niet kon worden vastgesteld dat de veroordeelde enig wederrechtelijk voordeel had behaald uit soortgelijke feiten. De betalingsverplichting werd derhalve op nihil vastgesteld en de vordering tot ontneming afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af en stelt de betalingsverplichting op nihil.