ECLI:NL:RBDOR:2007:BB4869
Rechtbank Dordrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing conservatoir beslag en herbegroting vordering in kort geding
In deze zaak vorderen eisers, waaronder een natuurlijk persoon en een holding, de opheffing van conservatoir beslag dat door IPS c.s. is gelegd op hun aandelen en banktegoeden. IPS c.s. had beslag gelegd op basis van een vordering die door de voorzieningenrechter op een bedrag van €3.300.000,- was begroot, terwijl een eerder beslag bij de rechtbank Amsterdam was begroot op €330.000,-. Eisers stelden dat IPS c.s. de voorzieningenrechter niet had geïnformeerd over deze eerdere beslagperikelen en dat de vordering ondeugdelijk was.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet informeren over eerdere beslagperikelen geen reden is voor opheffing van het beslag, aangezien het alleen de begroting van de vordering betreft en de voorzieningenrechter in dit geding alsnog de omvang van de vordering kan beoordelen. Verder is niet summierlijk gebleken dat de vordering ondeugdelijk is. Wel acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat de vordering te hoog is begroot en herbegroot deze op €330.000,-.
De voorzieningenrechter wijst het verbod voor IPS c.s. om opnieuw beslag te leggen af, maar beveelt dat bij een volgend beslagrekest dit vonnis moet worden gevoegd, onder dreiging van een dwangsom van €1.000.000,- per overtreding. IPS c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen, de vordering wordt herbegroot op €330.000,- en IPS c.s. wordt bevolen dit vonnis bij toekomstig beslag te voegen.