ECLI:NL:RBDOR:2007:BB6973
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens nevenwerkzaamheden niet rechtsgeldig wegens ontbreken onverwijldheid
De zaak betreft een geschil tussen De Jong Transport V.O.F. en een werknemer die op 19 april 2006 op staande voet werd ontslagen wegens het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens werktijd met gebruikmaking van bedrijfsmiddelen. De ontslagbrief vermeldde slechts deze dringende reden, terwijl De Jong later ook andere gedragingen aanvoerde. De werknemer betwistte het ontslag en vorderde doorbetaling van loon.
De kantonrechter stelt vast dat bij ontslag op staande voet de dringende reden gelijktijdig en duidelijk aan de werknemer moet worden medegedeeld. Andere redenen dan die in de ontslagbrief kunnen niet worden ingebracht. Daarnaast moet het ontslag onverwijld worden gegeven, waarbij enige tijd voor onderzoek is toegestaan, maar dit moet met voortvarendheid gebeuren.
In deze zaak is onvoldoende gebleken dat het onderzoek na ontdekking van de nevenwerkzaamheden op 10 april 2006 zodanig was dat het acht dagen wachten tot het ontslag op 19 april gerechtvaardigd was. Ook is de werknemer niet gehoord voorafgaand aan het ontslag. Hierdoor voldoet het ontslag niet aan de wettelijke eisen en is het niet rechtsgeldig.
De vorderingen van De Jong worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter weegt mee dat de werknemer onvoldoende heeft gespecificeerd welke kosten hij heeft gemaakt. Het gemachtigdensalaris wordt vastgesteld op het gebruikelijke kantonrechterstarief.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven omdat het niet onverwijld is gegeven en de werknemer niet is gehoord; de vorderingen van De Jong worden afgewezen.