ECLI:NL:RBDOR:2007:BB7710
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringstijdvakken bij geprorateerde arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van Nederlands-Chileens verdrag
Eiser, die vanaf zijn 15e tot 1977 in Nederland verbleef en daarna naar Chili vertrok, werd op 1 mei 1985 volledig arbeidsongeschikt en keerde in 1988 terug naar Nederland. Na inwerkingtreding van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Chili vroeg hij een geprorateerde arbeidsongeschiktheidsuitkering aan. Verweerder kende een uitkering toe op basis van verzekeringstijdvakken van 1 oktober 1976 tot 31 december 1977, terwijl eiser stelde dat ook tijdvakken na het intreden van arbeidsongeschiktheid mee moesten tellen.
De rechtbank overwoog dat uit de artikelen 18 en 19 van het Verdrag volgt dat alleen verzekeringstijdvakken vóór het intreden van arbeidsongeschiktheid in aanmerking komen. Dit sluit aan bij het Nederlandse systeem van risicoverzekering, waarbij geen aanspraak op uitkering wordt opgebouwd voor reeds bestaande arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. De stelling van eiser dat ook latere tijdvakken meegeteld moeten worden, werd verworpen.
De rechtbank nam tevens in aanmerking dat het Verdrag geen aanwijzing bevat voor een ruimhartiger regeling en dat de verwijzing naar artikel 35 van Pro het Verdrag alleen terugwerkende kracht betreft. De berekening van de uitkering door verweerder werd als correct beoordeeld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; alleen verzekeringstijdvakken vóór het intreden van arbeidsongeschiktheid tellen mee voor de uitkeringsberekening.