ECLI:NL:RBDOR:2007:BB9324
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- F.L.J.M. Heijnen
- R.W. van Zuijlen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 960 gram cocaïne met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Dordrecht heeft op 29 november 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1985, die werd verdacht van het opzettelijk invoeren van ongeveer 960 gram cocaïne in Nederland. Het pakket met cocaïne was verstuurd vanuit Sint Maarten en werd aan het woonadres van verdachte aangeboden, waar hij het in ontvangst nam en ervoor tekende.
De verdediging voerde aan dat sprake was van doorlaten ex artikel 126ff Wetboek van Strafvordering, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks het ontbreken van het vereiste bevel, voldoende waarborgen bestonden en dat het verweer niet slaagde. De verdachte werd vrijwel direct na ontvangst aangehouden en de resterende twee gram cocaïne werd in beslag genomen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het pakket met cocaïne bewust had ontvangen en verwierp zijn verklaring dat hij het pakketje onnadenkend had aangenomen. De straf werd bepaald op grond van de ernst van het feit, de maatschappelijke risico’s van cocaïne en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die eerder strafrechtelijke documentatie had maar nog niet was veroordeeld voor Opiumwetdelicten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Het vonnis werd gewezen door mr. drs. T.F. van der Lugt, mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. R.W. van Zuijlen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.