ECLI:NL:RBDOR:2007:BB9732
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schade door rijden onder invloed ondanks verzekeringsuitsluiting
De man en vrouw woonden samen en besloten de auto, die door de man voor zijn bedrijf werd gebruikt, op naam van de vrouw te zetten en op haar naam te verzekeren om een lagere premie te verkrijgen. De man reed onder invloed van alcohol met de auto en veroorzaakte meerdere aanrijdingen. De verzekeraar keerde de schade uit, maar nam regres op de man en vrouw wegens de uitsluiting van dekking bij rijden onder invloed in de polisvoorwaarden.
De vrouw voerde aan dat zij niet wist van het rijden onder invloed en dat zij dit niet toestond, terwijl de man stelde niet te weten dat rijden onder invloed niet verzekerd was. Beide verweren werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat de vrouw als eigenares van de auto aansprakelijk is op grond van art. 185 Wegenverkeerswet Pro 1994 en dat zij onvoldoende had onderbouwd dat haar geen verwijt treft. De man kon niet te goeder trouw aannemen dat zijn aansprakelijkheid verzekerd was.
De rechtbank veroordeelde man en vrouw hoofdelijk tot betaling van de schade, inclusief wettelijke rente en incassokosten. De vordering tot opheffing van beslag door de man werd afgewezen. De zaak werd verwezen naar schadestaatprocedure voor de vaststelling van letselschade.
Uitkomst: Man en vrouw worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan verzekeraar wegens rijden onder invloed met auto verzekerd op naam van vrouw.