ECLI:NL:RBDOR:2007:BC0741
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming VUT-regeling en wijziging arbeidsovereenkomst door compensatieregeling
De werknemer is sinds 1978 in dienst bij Begrafenis Onderneming Dordrecht en maakte aanspraak op een VUT-regeling uit 1991, die vervroegde uittreding op 62-jarige leeftijd mogelijk maakte met 80% salarisuitkering en pensioenopbouw. Na fiscale wijzigingen door de Wet VPL kon de werkgever deze regeling niet ongewijzigd voortzetten zonder aanzienlijke strafheffing.
De werkgever bood een compensatieregeling aan als vervanging, welke de werknemer niet accepteerde en vorderde nakoming van de oorspronkelijke VUT-regeling en betaling van een bonus. De werkgever stelde dat de VUT-regeling een voorwaardelijke risicoregeling is en dat de wijziging gerechtvaardigd is door onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de ongewijzigde instandhouding van de VUT-regeling onaanvaardbaar is vanwege de financiële gevolgen voor de werkgever en het doel van de Wet VPL. De compensatieregeling is redelijk en biedt een onvoorwaardelijke jaarlijkse uitkering. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen, terwijl de arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd door vervanging van de VUT-regeling door de compensatieregeling per 1 januari 2006.
De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter B.C. Vink.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de VUT-regeling wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd door vervanging van de VUT-regeling door een compensatieregeling per 1 januari 2006.