ECLI:NL:RBDOR:2007:BC1177
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij schade door gebrekkige knikdumpers geproduceerd in Schotland
In deze civiele zaak vordert eiser, een Nederlandse eenmanszaak, vergoeding van schade veroorzaakt door ondeugdelijke knikdumpers geproduceerd door de Schotse gedaagde. De gedaagde stelt dat de Nederlandse rechter onbevoegd is omdat het schadebrengende feit zich in Schotland heeft voorgedaan, waar de knikdumpers werden geproduceerd en aan een Nederlandse importeur geleverd.
Eiser betoogt dat de gebreken zich in Nederland manifesteerden en dat de schade, waaronder vermogensschade en gezondheidsklachten van werknemers, in Nederland is ingetreden. De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak het begrip "plaats van het schadebrengende feit" in artikel 5 lid 3 EEX Pro-Vo niet extensief moet worden uitgelegd en dat het centrum van het vermogen van eiser niet automatisch de bevoegdheid van de Nederlandse rechter rechtvaardigt.
De rechtbank concludeert dat de plaats van het intreden van de schade in Nederland ligt, mede gelet op de manifestatie van de gebreken en de bijkomende schade. Hierdoor slaagt het beroep van eiser op artikel 5 lid 3 EEX Pro-Vo en wordt de vordering tot onbevoegdverklaring van de Nederlandse rechter door gedaagde afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af.