ECLI:NL:RBDOR:2008:BC1704
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens vermeende medische fout bij operatie in ziekenhuis
Eiser stelde het ziekenhuis aansprakelijk wegens een vermeende fout tijdens een operatie aan zijn rechterschouder op 29 mei 2000. Een deskundigenbericht van een vaatchirurg onderzocht de diagnostiek, indicatiestelling, operatiemethode en het ontstaan van een veneuze bloeding tijdens de ingreep.
De deskundige concludeerde dat de behandeling volgens de toenmalige stand van de wetenschap was uitgevoerd en dat het optreden van de bloeding moet worden beschouwd als een zeldzame, maar bekende complicatie. De rechtbank nam dit oordeel over en oordeelde dat het ziekenhuis niet tekort is geschoten in de zorgplicht.
Eiser voerde aan dat het operatieverslag gebrekkig was en dat de bloeding niet als complicatie mocht worden aangemerkt, mede vanwege onduidelijkheden over het vrijmaken van de eerste rib. De rechtbank vond echter dat het ziekenhuis aan haar verzwaarde stelplicht had voldaan en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor een causaal verband tussen een fout en de schade.
De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt dat complicaties inherent kunnen zijn aan medische ingrepen zonder dat sprake is van verwijtbaar handelen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens het ontbreken van een verwijtbare fout en kwalificeert het voorval als een zeldzame complicatie.