ECLI:NL:RBDOR:2008:BC5396
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling geldlening afgewezen wegens verjaring en nietig beslag
De zaak betreft een vordering van een erfgenaam tot terugbetaling van een geldlening die haar voorganger aan de gedaagde had verstrekt. De leningsovereenkomst dateert uit 1991, met een renteverplichting en directe opeisbaarheid bij niet-betaling van rente. Na het overlijden van de oorspronkelijke schuldeiser in 2000 trad de erfgenaam in diens rechten.
De gedaagde stelde zich succesvol op het standpunt dat de vordering verjaard was. Hoewel er enkele pogingen tot stuiting van de verjaring waren, waaronder een betaling in 2000 en een brief in 2002, was de vordering bij dagvaarding in 2007 reeds verjaard. Daarnaast was de dagvaarding niet correct betekend, aangezien de gedaagde sinds 2001 in Duitsland woonde en de betekening plaatsvond op een oud adres.
In reconventie stelde de gedaagde dat het conservatoir beslag op zijn woning nietig was vanwege onjuiste betekening. De rechtbank oordeelde dat het beslag nietig was omdat het exploot niet aan de juiste woonplaats was betekend. De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank wees de vordering van de erfgenaam in conventie af wegens verjaring en verklaarde het beslag in reconventie nietig, met de verplichting tot doorhaling van het beslagregister. De kosten van het geding werden aan de zijde van de gedaagde toegewezen.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de geldlening wordt afgewezen wegens verjaring en het conservatoir beslag wordt nietig verklaard wegens onjuiste betekening.