ECLI:NL:RBDOR:2008:BD1110
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Harmsen
- R.W. van Zuijlen
- M.A. Waals
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in bezwaarschrift tegen sluiting gerechtelijk vooronderzoek
Verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek en verzocht om het horen van getuigen. De rechtbank overweegt dat de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek door de rechter-commissaris onherroepelijk is, conform artikel 237 Wetboek Pro van Strafvordering en de wetsgeschiedenis.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek om getuigen te horen op grond van artikel 241 Wetboek Pro van Strafvordering niet ontvankelijk is, omdat het wettelijke systeem sinds 1 februari 2000 voorziet in een onherroepelijke sluiting van het onderzoek en het horen van getuigen na sluiting niet mogelijk is zonder voorafgaande opdracht van de rechtbank.
De rechtbank verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn bezwaarschrift en subsidiair verzoek, en bevestigt dat tegen de beslissing van de rechter-commissaris op verzoeken op grond van artikel 241 geen Pro rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaarschrift en verzoek tot het horen van getuigen na sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek.