ECLI:NL:RBDOR:2008:BD5856
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Prins
- M.G.L. de Vette
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 24 augustus 2006 werd vastgesteld op 35 tot 45%, later gewijzigd naar 45 tot 55%. De rechtbank overweegt dat eiser geen nieuwe medisch objectiveerbare feiten heeft aangevoerd die afwijken van de conclusies van de verzekeringsartsen.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen medische noodzaak bestaat voor een urenbeperking, ook niet uit energetisch oogpunt, en dat de rapportage van het neuropsychologisch onderzoek van het Rijndam Revalidatiecentrum onvoldoende aanleiding geeft om de belastbaarheid anders vast te stellen. De door eiser gestelde rugklachten zijn pas in de beroepsfase aangevoerd zonder verschoonbare reden, waardoor deze niet in de herziening konden worden meegenomen.
De rechtbank acht de beoordelingen van de arbeidsdeskundige en bezwaararbeidsdeskundige zorgvuldig en gemotiveerd, waarbij passende functies zijn vastgesteld die aansluiten bij de beperkingen van eiser. Het beleid omtrent de ingangsdatum van de uitkeringswijziging is correct toegepast, met inachtneming van een uitlooptermijn van twee maanden na schriftelijke aanzegging.
Gelet op deze overwegingen concludeert de rechtbank dat verweerder terecht heeft besloten de WAO-uitkering te herzien en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de herziening van de WAO-uitkering per 24 augustus 2006 naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% en verklaart het beroep ongegrond.