ECLI:NL:RBDOR:2008:BD8571
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens ernstig gevaar voor strafbare feiten
Verzoeker exploiteerde sinds 1999 de coffeeshop "[YYY]" te [woonplaats]. Verweerder trok op 22 april 2008 de exploitatievergunning en gedoogbeschikking in op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet BIBOB, vanwege een ernstig vermoeden dat verzoeker betrokken was bij hennepteelt en de vergunning zou gebruiken voor strafbare feiten.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tegen de intrekking. Hij betwistte de recente aard van de feiten en stelde dat overtredingen van de Opiumwet in het kader van coffeeshopexploitatie niet tot intrekking mochten leiden. Ook voerde hij aan dat de intrekking niet evenredig was en dat hij de coffeeshop wilde blijven exploiteren of overdragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het Bureau BIBOB op basis van feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden van betrokkenheid bij hennepteelt had vastgesteld en dat verweerder dit mocht overnemen. De eerdere veroordelingen en recente informatie rechtvaardigden de conclusie dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten.
De rechtbank verwierp het betoog dat overtredingen van de Opiumwet niet relevant waren en oordeelde dat de belangenafweging in het bestreden besluit voldoende was, ondanks dat niet alle motiveringen expliciet waren vermeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarmee de intrekking van de vergunning in stand bleef.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning van de coffeeshop wordt afgewezen.